De 8 van de Poëzie – Akim A.J. Willems & Serge Baeken

Uitgangspunt voor de samenwerking: de erotische gravures uit het boek “Les travaux d’Hercule, ou la rocambole de la fouterie” (1790, Parijs); op de foto’s hieronder zijn ze in ’t klein overgenomen onder de sonnetten.
Akim schreef onder de titel “DE WERKEN VAN HERAKLES; of: schalkse sonnetten over foefelen & flikflooien” (alvast 4) sonnetten bij de (eerste vier) prenten.
Serge maakte daarna, zonder de originele gravures te kennen & of gezien te hebben, een erotische tekening bij elk de sonnetten & zo de cirkel rond.

Het eindresultaat ziet er (op slechte foto’s) dan zo uit:

akimserge01

L’EQUITATION
[kleine variatie op een Petrarciaans sonnet waarin onze held zich, gesteund door twee ervaren amazones, bekwaamt in de paardrijkunst]

Eurystheus schonk twee merries opdat ik,
koene held in dez’ historie mij in
paardrijden bekwamen kan. Niet te dik,
niet te dun zijn ze, helemaal naar mijn zin.

D’eerste, als ik op haar ronde kont tik,
bukt voorover, spreidt haar benen, glimlacht min-
zaam mij eens toe als ik met mijn heldenpik
haar poes doe grollen als was ’t een leeuwin.

D’ander’, wijl ze mij een tong draait, bestijgt
fluks mijn immer groeiend paardje; weldra
is ’t een stijgerende hengst. Ze zucht & hijgt

als ze zich al naaiend aan mij vast rijgt. Ja,
heeft ook vuile praatjes – ‘k wil niet dat ze zwijgt –
en draaft naar haar orgasme; ik draaf achterna.

akimserge02

LES PORTEURS DE CHAISE
[een Shakespeariaans sonnet waarin onze held, samen met zijn kamerheer, niet de draagstoel van de koningin, maar de koningin als draagstoel torst]

Majesteit! Regina! O, mijn koningin,
uw royale vulva spant als bij een kind,
drijft mijn burgerzin dusdanig d’hoogte in
dat mijn beukend lid weldra ’n klimax vindt.

Koningin! Regina! O, mijn majesteit,
licht zoals een pluimpje zweeft gij tussen ons.
Aan deze kant mijn penis, die u berijdt.
En ginds uw mond die zuigt gelijk een spons

aan mijn kamerheers lange, dikke strootje
terwijl hij ‘t, heupen wiegend, voor & achter,
langs uw lippen schuift. U verdraagt een stootje
en roept dus steeds “Harder! Harder!”, nooit “Zachter!”.

Mijn vorstin! Mijn dame! O, mijn heerseres,
laat ons herbeginnen; nog een keer of zes!

akimserge04

LA FONTAINE DE JUVENCE
[een Spenseriaans sonnet waarin onze held een dorstige deerne uit zijn Fontein der Eeuwige Jeugd te drinken geeft]

Herakles, ik heb zo’n dorst gekregen van
al dat smossen, vossen; onlitigieus scabreus!
– Helaas staat hier geen wijn- of waterkan,
liefste, maar kijk: wat duw ik onder je neus?

Nee, Herakles. Toe nou. Laat dat! ‘k Smeek je: heus,
geen fellatio; daarvan wordt ’t erger nog.
– Hoor wat ik je zeg, ik ben serieus!
Ik open je mond & forceer dan toch

mijn vlezige vazal, mijn har’ge hertog
diep in je kop tot je ‘r bijna in stikt.
Ik neuk j’ in je keel tot je vooralsnog
kokhalzend & kwijlend mijn sperma inslikt.

Zeg nu es eerlijk: deed het dan geen deugd
te drinken aan mijn Fontein der Eeuw’ge Jeugd?

akimserge03

LE TAPIS
[een Shakespeariaans sonnet waarin onze held het bevel krijgt twee dienstmeiden te helpen bij het schilderen van de gang & reinigen van het tapijt]

Een smer’ge klus, maar doe ik ’t niet dan geen!
Ze doen me gangen schild’ren; wat nogal las-
tig is zonder schilderskwast, maar met slechts een
penseel. Doch, ‘k zwier – niet snel ontmoedigd – alras

van voor naar achter, op & neer dwars door haar
gangsken heen & kijk onder het klussen
hoe dan onderwijl haar vriendin haar, daar
waar een tapijtje groeit, begint te kussen.

Vakkundig likt die alles weg wat ik bij
’t schild’ren smoste – het is haar leven
& haar lust. Ze likt ook eventjes bij mij
de verfresten weg die achterbleven.

Een smer’ge klus; dat was het zeker wel,
maar ‘k kan niet wachten op nog een bevel!