HET SLACHTOFFER

la-maitresse-du-pirate‘Oh…mijn…god! Wàt is er met jou gebeurd? Je ziet er verschrikkelijk uit!’
Hij had de hele avond zitten wachten tot ze weer thuiskwam. De laatste weken ging ze wel erg vaak alleen op stap. Jaloerse gevoelens en bange vermoedens vulden dan telkens zijn avond. Ook vandaag. Geërgerd had hij zitten lezen in Anke Bernaus ‘Virgins. A Cultural History’ en Edith Maude Hulls ‘The Sheik’. Maar de ergernis ruimt in nanoseconden plaats voor paniek als hij de voordeur opent. Zijn echtgenote leunt tegen de deurpost, hijgt nog zwaar na. Verwarde haren rusten op een geschaafde rechterarm. Haar lipstick is in vette vegen uitgesmeerd rond de mond. De eyeliner is in grillige strepen uitgelopen tot op de jukbeenderen. Ze mist een van de diamanten ‘oorhangers voor speciale gelegenheden’, merkt hij op. Onder de openhangende jas is ze quasi naakt. Haar borsten deinen ritmisch op en neer. Bloeduitstortingen op buik, benen en billen. De onderlip aangekoekt met een straaltje opgedroogd bloed.

Het slachtoffer zag er gewoontjes uit. Het deed geen hoofden meer keren op straat, maar je zou het ook niet verschrikt uit je bed schoppen als je er, na een dronken nacht, naast zou ontwaken. Het had geen uitgesproken passies of bijzondere hobby’s. Het had behalve een job als human resources assistant, een doorsnee gezin met twee kinderen (ontsproten aan de passie van de eerste drie huwelijksjaren), de bijpassende gezinswagen en een halfopen bebouwing met tuin in een aangename gemeente in de periferie van de stad. Maar ook: een terminaal seksleven. Maximaal eens per week werd de huwelijkse belofte, die ondertussen al twaalf jaar standhield, vluchtig en zonder veel poespas geconsumeerd, meestal op zaterdag. De echtgenoot was dan teder. En passie- en inspiratieloos.

‘Wat is er gebeurd?’ herhaalt hij zichzelf terwijl hij de moeder van zijn kinderen naar binnen leidt. Hij legt een arm rond haar middel, fatsoeneert met de andere hand haar jas en kapsel.

Ik zal vertellen wat er gebeurd is: exact eenennegentig dagen eerder had het slachtoffer me voor het eerst gecontacteerd. Een vriendin had me ‘aanbevolen’. Via e-mail kreeg ik het schoorvoetende verhaal over donkere kantjes en duistere verlangens te horen. Over schaamte ook. En de sussende wetenschap dat het blijkbaar, niet echt ongewoon was. Want had de vriendin hét ook niet gedaan? En sprak de literatuur niet over talloze gelijkaardige gevallen? Ik kon dat niet ontkennen. Ik kende ze ook: de publicaties waarin, onder het mom van wetenschappelijk onderzoek, dergelijke fantasieën uitvoerig en verlekkerd beschreven, maar als ‘pervers’ gecategoriseerd werden, de pseudo-psychologische en populistische ‘journalistieke’ artikelen die het thema beroerden, maar vooral de vele vrouwen die het slachtoffer waren voorgegaan en mij gecontacteerd hadden om hun best bewaarde fantasie in realiteit om te zetten. De modus operandi was de gebruikelijke: het slachtoffer onthulde haar identiteit aan mij – ikzelf bleef, uiteraard, incognito – en kreeg een spreadsheet met plaatsen, data en tijdstippen waarop ze zich moest aanmelden. In totaal tweeënvijftig. Een voor iedere week. Binnen het jaar – Gegarandeerd. Niet tevreden? Geld terug. – zou haar droom uitkomen. Wanneer precies: dat wist alleen ik.

Op de achtergrond de achttiende-eeuwse, Hoogduitse versie van Johan Gottfried Herder van ‘Anke van Tharaw’ in een uitvoering van Fritz Wunderlich. ‘Meine Seele, mein Fleisch und mein Blut, wie heeft je dit aangedaan?’ Met trillende handen diept hij zijn gsm uit zijn broekzak. ‘Ik bel de politie.’ Zijn echtgenote legt haar hand op het toestel om hem daarvan te weerhouden. ‘Nee!’ schudt ze. ‘Schat…!’ Ze pauzeert.

Kort rokje, kanten slip, nauw aansluitend topje en laarzen tot halfweg de kuit. In die outfit komt het slachtoffer klokslag middernacht op de voor die datum aangeduide locatie toe: een parkeerplaatsje in de bossen, vlak bij een grote visvijver waar een aantal wandelroutes vertrekken. ‘Volg de rode route’, had ze als instructie meegekregen. De dag was warm en zonnig geweest, maar intussen is het behoorlijk fris. Door het witte topje wijzen de tepels de te volgen richting aan. Een koude rilling loopt over de rug. Maar dat kan ook van de zenuwen zijn. Iedere keer opnieuw was het slachtoffer met bonkend hart van huis vertrokken: zou het deze keer dan zo ver zijn?
Op een picknickbank, halfweg de wandeling, wordt halt gehouden voor een sigaret. De nicotine brengt rust in het lichaam. Het slachtoffer merkt dat het kanten slipje nat is. Het idee wordt week na week geiler. Zelfs tijdens de kantooruren wordt bijna iedere dag een kwartier op het toilet doorgebracht om te masturberen in de wetenschap dat hét binnenkort eindelijk zo ver zal zijn. De as wordt afgetikt. De sigaret weer naar de mond gebracht. Maar ze zal geen lippen meer raken. De dader legt van achter haar rug zijn hand over de verschrikte mond, laat zijn mes blikkeren in het licht van de volle maan en forceert het slachtoffer in een liggende houding. Het achterhoofd knalt op de picknicktafel. Alle geluid verdwijnt uit de oren van het slachtoffer. Er is alleen nog het geluid van de hartslag die als een tromroffel door de borstkas echoot. De lippen van de dader bewegen: ‘Geen kick of ik maak je van kant!’ Met zijn vrije hand tilt hij de minirok omhoog. Het lemmet voelt ijskoud aan als hij het mes onder het slipje schuift. In twee vloeiende beweging is het losgesneden. De hand komt van de mond. Het slachtoffer gilt de longen uit het lijf en dat wordt onmiddellijk afgestraft met twee rake klappen in het gezicht. Het stukje textiel wordt tot een balletje gekneed en in de mond van het slachtoffer gepropt om het geluid te dempen. Met een knie aan iedere kant van het slachtoffer – om de protesterende armen
onder controle te houden – zet hij zich boven op de tafel. De ogen van het slachtoffer zijn stijf dichtgeknepen, de tepels kijken hem priemend aan. Hij knijpt ze verschrikkelijk hard tussen duim en wijsvinger voordat hij het topje met beide handen in flarden scheurt. Met de linkerhand kneedt hij de C-cup die, ondanks twee keer borstvoeding, nog stevig aanvoelt. Met de rechterhand grijpt hij achter zich naar de dagvers geschoren poes en duwt drie vingers naar binnen. Een gesmoorde kreun kronkelt zich een weg langs het slipje in de mond. In het hoofd van het slachtoffer springen de gedachten van de hak op de tak. Paniek dringt zich op. Ook al is dit geënsceneerd, het is verdomd overweldigend en beangstigend. Was dit wel een goed idee? Het instinct neemt het over, het slachtoffer werpt de tachtig kilo boven zich af en wil het op een rennen zetten. De dader springt op, grijpt de lange lokken, sleurt de vluchtster tegen de grond, gooit zich opnieuw bovenop haar en wringt de beide armen op de rug. De rok gaat omhoog, de billen worden ontbloot. Hij spuugt in de ‘rosebud’. ‘Citizen Kane’, denkt hij en duwt daarna zijn lul langs achter naar binnen. De pijnkreten volgen zijn beukende ritme. Benen trappelen wild achter zijn rug. De gemolesteerde kont kronkelt als een paling, maar heeft geen verweer. Als het uur U nadert, draait hij zijn slachtoffer om, duwt het met zijn hand om de keel aan de grond, spuit zijn zaad in gezicht en mond en vertrekt.
Pas vijftien minuten later kruipt het slachtoffer overeind. Zo goed als naakt – alleen de rok en laarzen hebben de fantasie overleefd – wordt er in draf naar de auto teruggekeerd. Op de achterbank ligt een overjas. Die gaat aan. Een tweede sigaret van de avond ook. De pijn in de anus zindert nog na en er hangt sperma tot in het haar, maar dat kan niet deren. Een wens is in vervulling gegaan.

‘Schat…!’
Ze pauzeert, kijkt haar man met grote, verwilderde ogen aan. ‘Ik ben verkràcht!’ Extase giert door haar stem. ‘En… het… was…abso-fucking-lutely fan-tàs-tisch!!!’

De volgende ochtend vind ik een e-mail in mijn inbox. Om mij te bedanken. Ik ben stomverbaasd. In mijn agenda staat het slachtoffer pas over drie weken op de planning.

– – – – –

Het slachtoffer werd voor het eerst gepubliceerd in de erotische kortverhalenbundel La Maîtresse du Pirate. Verhalen uit het Lustenkabinet (Linkeroever Uitgevers / Houtekiet, Antwerpen, 2010) dat hier online besteld kan worden.

Het verhaal werd door Thomas Blondeau gebloemleesd in Hard en teder. Nederlandse en Vlaamse erotica (Prometheus, Amsterdam 2011)

Sven Hardies maakte een stripversie van het kortverhaal; dat kan je hier online lezen.

Advertenties