de hond die een tapijt was

De mensen vragen mij wel es:
Oh, gij Grote Akim A.J. Willems…vertel ons, onwetenden…weet gij nog hoe heet ’t precies was die tweede juli van het gezegende jaar des heren tweeduizend & vijftien?
Wel, onwetenden, zeg ik dan bijvoorbeeld in al mijn goedertierenheid, ik weet dat nog precies!
En omdat ik vandaag, geheel toevallig, in een opperbeste bui ben, zal ik u, onwetenden, in mijn wijsheid laten delen.
Het was zooooo warm dat de mezen letterlijk dood van ’t dak vielen.

En weet ge wat ik ook nog weet, onwetenden, zal ik daar aan toevoegen.
Dat het een jaar & vijf dagen nadien van ’t zelfde laken een pak was.
Maar dan met merels.
Dat het exact op de tweeduizendenzestiende zevende juli na de geboorte van Den Heiland was dat ik het onderwerp gevonden had voor mijn expo in ’t CC van Rotselaar in de maand mei van het jaar dat twee dagen geleden aangebroken werd:
de vier seizoenen.
uitgebeeld aan de hand van drie foto’s met roadkill per seizoen.
twaalf in totaal om het jaar rond te maken.

Behalve de mees & de merel heb ik ondertussen ook een konijn, een stel dooie vliegen, een eend & een dooie duif dus.

Zondagochtend, 1 januari, reed ik naar de Carrefour in Tielt-Winge.
Nog snel twee goeie flessen Saint-Emillion Grand Cru halen voor de meters van de zonen.
Op de heenrit dacht ik een aangereden/dode hond gespot te hebben in de berm.
Een grijze Deense dog leek ’t wel.
Dus werd de auto op de terugrit aan de overkant van de weg in de berm geparkeerd & de vrieskou getrotseerd om een foto te maken.
Helemaal in mijn nopjes was ik.
Want zo’n dooie Scooby Doo is een ander paar mouwen dan wat bloederige veren of een triest konijntje.
Dat is ‘het betere werk’.

Dat betere werk bleek, naarmate ik dichterbij kwam, gewoon een oud & smerig opgerold tapijt te zijn.
Ik mocht dus, teleurgesteld, op mijn stappen terugkeren.

Pas vanavond bedacht ik:
Ik had moeten checken of er geen lijk in verborgen zat.
Dàt zou pas een gave roadkillfoto geweest zijn.