Liefste Em, in antwoord op uw schrijven

akrostis-gij-achterkant“Vandaag geldt ze als een van de grootste Amerikaanse dichters van de negentiende eeuw; enkel Walt Whitman staat misschien nog één trede hoger, als vrouwelijke dichter is ze voor haar tijd ongeëvenaard. Ze schreef niet minder dan duizend achterhonderd gedichten. Anno 2017 zijn al die gedichten zelfs naar het Nederlands vertaald, maar haar eerste Engelstalige verzameld werk verscheen pas negenenvijftig jaar na haar dood en – wat nog opmerkelijker is – tijdens haar leven werden minder dan tien van die duizend achthonderd gedichten gepubliceerd.

Emily Dickinson (1830-1886) was een ‘geval apart’. Ze bleef haar hele leven ongehuwd en bracht haar dagen het liefst binnen de muren van haar huis door – ‘agrofobie’ werd wel es gesuggereerd; maar ze was gewoon ‘erg graag op zichzelf’ – waar ze aan haar stevige oeuvre werkte. Vanaf 1858, wanneer ze zich bijna volledig uit het openbare leven terugtrekt, begint ze te werken aan wat haar literaire nalatenschap zal worden. Na haar dood in 1886 vond haar zus, Lavinia Dickinson, in haar huis een kersenhouten ladenkast met daarin ruim achthonderd gedichten verzameld in veertig zelfgemaakte handschriftenbundels of fascicules die ze tussen 1858 en 1865 zorgvuldige samenstelde alsof het veertig manuscripten voor evenveel gedichtenbundels waren.

Wanneer Dickinson in de laatste jaren van haar leven stopt met het samenstellen van die fascicules bleef ze wel nog schrijven. Uit die laatste jaren stammen ook de zogeheten ‘enveloppe poems’ die in haar nalatenschap teruggevonden werden. Het vroegste enveloppegedicht dateert van omstreeks 1864, maar de meerderheid van die gedichten werd geschreven tussen 1870 en 1885; de periode waarin ze, op een andere manier dan voorheen en voor het laatst, op zoek gaat naar de relatie tussen de boodschap en het medium.

Geschreven met de energieke kracht van haar laatste, meest radicale periode zijn deze enveloppegedichten heel erg levendig en geladen met een bijzondere electriciteit – gericht aan niemand in het bijzonder en tegelijk aan iedereen tegelijk.

Voor Akim A.J. Willems zijn Dickinsons enveloppegedichten niet verzonden brieven die wanhopig wachten op een antwoord. ‘Liefste Em, in antwoord op uw schrijven…’ is een grafisch-poëtisch experiment – waarvan we hier enkele voorbeelden publiceren – waarin hij die antwoorden op papier wil zetten.”

Aldus klinkt de intro bij mijn bijdrage voor het volgende nummer van Akrostis.

Advertenties