Hoe het Vlaams Blok er voor zorgde dat ik stopte met journalistiek & waarom ik hen daarvoor dankbaar ben

DCyTEKRXgAAqTozEr ontplofte ‘iets’ in een Brussels station. En er werd ‘iemand waarvan niet geweten was of hij überhaupt iets met de ontploffing te maken had’ neergeschoten door soldaten.

Dàt was vanavond héél lang het enige dat feitelijk was. Toch was er weer een opbod van speculaties tussen kranten, journaals, sites & FB-pagina’s &, meer nog, tussen mensen – die bovendien meestal op de eerste rij staan om ‘fake news!’ te roepen als iets niet in hun kraam past – die al die niet-feitelijkheden slikken als ware koek.

Ik was 16 à 18. & de ‘febbekak’ van de leraressen Nederlands in de Handelsschool in Turnhout. Ik kon een paar degelijke zinnen aan elkaar schrijven. Ik wist ze met verve voor te lezen & voor te dragen als dat nodig was & ik had behoorlijk wat branie. Dus werd mijn kop een beetje zot gemaakt: ik moest Germaanse gaan studeren & journalist worden.

Germaanse studeerde ik anderhalf semester. Zelden een saaiere opleiding tegengekomen.

Daarna ging ’t terug richting Turnhout om een lerarenopleiding te volgen (dat was – zo had ik mezelf wijsgemaakt – ook een ambitie & bovendien was ’t makkelijk & goedkoop).

Na 3 jaar hield ik ‘t  daar ook voor bekeken wegens al uitgeblust door de hondenstiel voor ik afgestudeerd was.

Dus trok ik naar Gent: toch maar journalistiek studeren. Met de nodige ambras thuis, lieven die voorgoed achtergelaten werden & de dagelijkse confrontatie met mensen die recht uit de middelbare schoolbanken kwamen. Voornamelijk West-Vlamingen dan nog. Die niet begrepen waarom ik “zo exotisch ver” (wel de volle 100 km) vanuit Turnhout in Gent kwam studeren & die ik ook niet begreep…omdat ze West-Vlaams spraken.

Ook de docenten konden mij (alweer) met uitzondering van 2 exemplaren – mijn latere promotor Frans Jos Verdoodt die – eigenlijk best wel slecht, maar toch interessant genoeg – geschiedenis gaf & Misjel Vossen die een reclame-vak gaf, in ’t plat Aantwaarps & die ik dus wel verstond & bij voorbaat sympathiek vond; los van zijn aimabele attitude – niet echt boeien.

Dus ging ik al gauw meer werken (als redacteur voor een nationaal studentenblad & als correspondent in Gent voor Belga) dan naar de les.

Een van de eerste ‘echt belangwekkende zaken’ die ik opvolgde – ik was tweedejaarsstudent in Gent toen & het was 1997 – was het Gentse referendum over de Belfortparking. Het verzamelde journaille (dat ik kende omdat we elke middag een pint dronken in café Midi bij het justitiepaleis – ik moest als ‘benjamin’ van de bende ’t nieuws gaan rapen & komen verdelen) kreeg op de persconferentie in het stadhuis over de uitslag van dat referendum te horen dat “41,12% van de kiesgerechtigden opdaagde en dat 95% daarvan tegen de parking stemde – de gemeenteraad had van tevoren besloten de uitslag als bindend te zullen beschouwen”.

Kortom: koren op de molen van het Vlaams Blok dat zich toen (als enige partij? dat weet ik niet meer zeker) tegen de parking uitsprak.

Nadat de burgemeester zijn woordje had gedaan vroeg de VB-er Francis Van Den Eynde het woord (en kreeg dat ook van de burgemeester) om zijn zegje te doen.

Op dat moment stapte elke journalist – met uitzondering van mijzelf – uit de raadszaal buiten. Het cordon sanitair was toen nog in de mode & journalisten verkochten hun veronderstelde objectiviteit probleemloos voor politieke standpunten.

Ik interviewde Van Den Eynde & besliste daar & toen dat ik geen deel meer wilde uitmaken van het circus met clowns met valse maskers dat de journalistiek toen al bleek te zijn.

De toenemende stemmingmakerij & de immer dalende feitelijkheid van de hedendaagse verslaggeving maken mij droef & moe. Maar bevestigen alleen maar dat ik toen de juiste keuze maakte.

 

Advertenties