dichterslogboek20170907

Toegegeven: ik ken er een paar…’trekkies’.
Ik heb ze nooit begrepen & zal ze wellicht ook nooit begrijpen.
Het enige wat ik me nog herinner – het waren weekendavonden waarop we bij mijn grootouders logeerden &, onder andere, Start Trek mochten kijken – is het stukje “Captain’s log blah blah blah….” dat aan het begin altijd terugkwam.
Trekkies nemen die shit heel serieus, zelf koppel ik dat vleugje kindersentiment gewoon aan een nieuwe reeks blogposts over de vorderingen van mijn manuscriptjaar aan de SchrijversAcademie onder de titel ‘dichterslogboek’.

Gisteren ontmoette ik mijn ‘schrijfcoach’ voor het eerst van man tot man.
Toen ik in 2016 ‘afstudeerde’ aan de SchrijversAcademie en ‘toegelaten’ werd tot het ‘manuscriptjaar’ wist ik 2 dingen meteen:

  • dat dat manuscriptjaar er uiteraard van ging komen; ik had niet twee jaar lang aan de opzet van een bundel gezwoegd & gesleuteld om het ding dan in de vuilbak te pleuren
  • dat ik dat manuscriptjaar niet aansluitend op mijn afstudeerjaar zou laten volgen; er moest na twee jaar met de neus dicht op de teksten eerst weer wat afstand & ademruimte komen

Wat ik niet zo meteen wist & wat ook in de loop van de maanden nadien niet direct duidelijk werd, was het antwoord op de vraag: wie kies ik als coach om dat manuscriptjaar te begeleiden?
Dat antwoord kwam er eind juni of begin juli pas.
Ik had me – net als in 2014 (“we laten er telkens toch 3 jaar tussen om een dichter opnieuw uit te nodigen werd mij toen wijs gemaakt”) – nog es aangemeld voor Dichters in de Prinsentuin en werd ook deze keer weer uitgenodigd om te komen voordragen in de ‘loofgangen’.
Die uitnodiging hield ook weer in dat ik 1 gedicht mocht insturen dat voorgelegd zou worden aan ‘een professional’ die er dan kritische feedback op zou geven.
In 2014 werd mijn ingezonden gedicht (“wie zonder zonde is heeft nog een R”) door de redactrice van dienst met de grond gelijk gemaakt.
Dit jaar viel het beter mee.
Alles wat ik met het ingezonden gedicht bedoeld had, haalde de commentator van dienst er uit & begreep hij ook als dusdanig.
Die man, zo bedacht ik toen, moet mijn manuscriptjaarbegeleider worden.

Ik contacteerde Xavier Roelens – de man die al die shit regelt voor de SchrijversAcademie – Xavier contacteerde Jasper, Jasper zei ‘ja!’, Xavier liet mij weten dat hij het niet verwacht had, maar dat het dik aan was & dat ik nog slechts een inschrijvingsgeldstorting verwijderd was van de start van het manuscriptjaar. Een paar keer M1 & M2 drukken op ’t kaske van de bank & ook dat was geregeld…dus, hey! ho! let’s go!

Gisteren dus.
Een lang verhaal kort.

Dat het aangenaam was. Dat ik er een goed gevoel bij heb. Dat we behoorlijk op dezelfde golflengte zitten, dat ik erg in mijn nopjes ben met de boeken die ik mee naar huis kreeg & dat we er een lap op gaan geven.

Gisteren dus.
Rond de klok van 1 aangebeld bij Overamstel Uitgevers (waar mijn coach werkt voor Lebowski) in Amsterdam.
10 seconden na mij belt ook een man in afgedragen jeans & dito t-shirt aan.
Voor wie ik kwam, wilde hij weten toen we samen binnenliepen.
En dat hij me wel even tot daar zou brengen.
Dat bleek Oscar van Gelderen – de big boss bij Lebowski – te zijn.
Wat opviel:
Boeken. Veel boeken. Overal boeken. In metershoge & metersbrede kasten.
Kunst. Veel kunst. Overal kunst. Handig zo’n gigantische uitgeverij om je privécollectie op te hangen als je thuis geen plaats meer hebt, Oscar.
Dat ik daar direct op mijn gemak was, mag niet verbazen.

Gisteren dus.
Over de essentie dus.
Dat we het bijna roerend eens waren over wat prut was in mijn manuscript en wat potentieel had of wat goed was.

De cyclus “Wat weten bomen daar nu van” mist bondigheid & scherpte & kreunt een beetje onder de denderende podiumeffecten.

Dat ook de cyclus “Als dunne bomen” niet overeind bleef op papier, was klaar als een klontje. Persoonlijk zou ik “Jan Arends” & “Apologie” wel nog een kans gegeven hebben, Jasper was dan weer fan van het “ik knoop / mijn dood / tot boven toe…”-gedicht waarvan ik altijd gedacht heb dat ’t wat te melig was. Maar het deed hem denken aan Jan Kostwinder (wiens verzamelde gedichten ik gisterenavond nog antiquaar bestelde bij ’t Poëziecentrum ter bestudering).

Dat de cyclus “Man van weinig woorden” de sterkste cyclus is & de eigenlijke kern van mijn herwerkte bundel moet worden, daar waren we ’t roerend over eens.
Het “oud oud de dalen”-gedicht (dat ik minstens 25 jaar geleden schreef) miste wat scherpe kantjes, wat wrijving, wat contrapunten in vergelijking met het “ze zeggen stof aan de knikker”-gedicht dat Jasper al beoordeelde voor Dichters in de Prinsentuin. En daarmee raakten we meteen aan de essentie van waar we naartoe moeten: niet te glad, niet teveel ‘mooie’ dingen willen schrijven, maar de zaken laten wringen, botsen, schuren & klotsen.

De “Droeve liedjes / dito brieven”-cyclus zou ikzelf helemaal in de vuilnisbak geflikkerd hebben. Gelukkig wees Jasper mij erop dat – hoewel de ‘liedjes’ er iedere keer net over waren – de brieven eigenlijk best stevig op hun poten staan.

Dat de gids ervaren is en dus hoge toppen beklimmen wil, mocht blijken toen we bij de cyclus “(verzen voor) de jongen in blauw” en, meer bepaald, het “wij waren geen jongens”-gedicht (een van mijn eerste podiumteksten trouwens) aankwamen.
Het was zo verschrikkelijk kort!
En er zat zoveel potentieel in om er een veel uitgebreider generatiegedicht van te maken.
Dat ik aan “Howl!” moest denken.
En dat met die terloopse opmerking meteen ook duidelijk gemaakt werd dat mijn schrijfcoach de lat vanaf het begin op wereldrecordhoogte wilde hebben.
Aim high…zoiets.
We gaan ons best doen.

Verder was er enige verbazing over ’t feit dat ik gewoon voltijds werk naast al de schriftelijke & beeldende ongein die ik dodelijk serieus neem & de typische (zo laat ik mij vertellen door dichters die het kunnen weten) vraag of ik toevallig ook met een fictieproject bezig was.
Quod non.
Voor nu.
Eerst maar es die bundel scherp & af krijgen.
Daarna maken we tijd voor de tweede bundel & voor het voornemen uit 2011 om “tussen al die vrouwen die porno schrijven eindelijk nog es een mannelijke stem te laten horen; eentje die dan meteen L.P. Boons Mieke Maaike naar tweede klasse degradeert”.

21314412_281057475710869_4888749004380175982_n

Verder kreeg ik nog wat gratis lectuur mee.
Mijn dag kon dus nauwelijks nog stuk.
Hoewel het fileleed tussen Amsterdam & Antwerpen – ik moest nog even in een boekenwinkel passeren waarvoor ik een cadeaubon gekregen had – daar bijna toch in slaagde.

21369128_281009122382371_5050393309468132713_n
Maar soit…(nog) een stapeltje boeken & een glas rode wijn later was ik dat allemaal al weer vergeten.

21317577_281404515676165_5813665879843088643_n

Ik schrijf dit eerste logboek trouwens op mijn, sinds vanmiddag, gloednieuwe laptop.
Ik was het geschuifel & gewissel tussen een halfslachtige desktop (zonder Office), de laptop van kantoor & de typemachine een beetje beu.
Dus werd er besloten om een nieuw speeltje aan te schaffen met slechts één doel: schrijven, schrijven, schrijven!

Verder, en dat wil ik tot slot voor vandaag meegeven, ontdekte ik gisterenavond & vanavond, terwijl ik nog wat verder schreef aan een tekst die ik dit weekend op Brussels Poetry Fest wil brengen, op Spotify de heerlijke muziek van Birds of Passage en From the Mouth of the Sun.