ROBERT DOISNEAU @ MUSEUM VAN ELSENE

De Doisneau-catalogusmythevorming wil het zo: Robert Doisneau (1912 – 1994) was niet zomaar een fotograaf; hij was een ‘beeldenvisser’. Iemand die steeds de juiste man op de juiste plaats op het juiste moment bleek te zijn én dan ook nog steeds toevallig zijn fototoestel bij zich had om het te unieke moment op de gevoelige plaat te vereeuwigen. Laat het ons – wij hebben een slecht karakter – dan ironisch vinden dat net zijn meest beroemde foto – “Le baiser de l’Hôtel de Ville” (Parijs, 1950); waarop een jongeman zijn lief passioneel op de lippen kust te midden van de drukte voor het Parijse stadshuis – een geënsceneerd toneeltje is waarvoor hij twee jonge theaterstudenten ingehuurd had. Maar toch klopt het dat Doisneau niet zomaar een fotograaf was. Hij was een uitermate getalenteerde fotograaf en kunstenaar die eigenlijk geen mythevorming nodig heeft om hem naar waarde in te schatten zoals ook blijkt uit de expo met circa 170 van zijn foto’s in het Museum van Elsene. De expo (8 EUR) – haast u, ze loopt nog tot en met 4 februari 2018 – en de mooi uitgegeven Frans-Nederlandse of Frans-Engelse catalogus (29,90 EUR) zijn opgesplitst in drie onderdelen: “De schoonheid van het alledaagse”, “Palm Springs 1960” en “Kunstenaarsateliers”.

DE SCHOONHEID VAN HET ALLEDAAGSE
Toegegeven: Doisneau, die reeds in zijn tienerjaren de basisprincipes van de fotografie onder de knie krijgt dankzij zijn halfbroer die amateurfotograaf is, is een meester in het vatten van de schoonheid van het banale. Niet zozeer omdat het toeval hem steeds op het juiste moment op de juiste plaats brengt, maar vooral omdat hij al vrij snel een even eenvoudige als duidelijke poëtica heeft: fotografie is voor hem de kunst van het kijken, of beter nog van het innemen van een oogpunt.

Robert Doisneau- La derniere valse du 14 juillet- Paris- 1949 -c- Robert Doisneau copie
(c) R. Doisneau / La dernière valse du 14 juillet / Paris / 1949

De eerste foto die in “De schoonheid van het alledaagse” getoond wordt, is de eerste foto die hij ooit genomen heeft; of in ieder geval de oudste foto die van hem bewaard gebleven is. De foto toont – een alledaagser onderwerp is nauwelijks te bedenken – een grote stapel kasseien die kriskras door elkaar liggen. Die foto geldt eigenlijk als metafoor voor heel Doisneaus oeuvre. Want zoals de stapel individuele, op elkaar gesmeten kasseien het poëtische potentieel heeft om een hele straat op te roepen, zo hebben de individuele foto’s van Doisneau samen hetzelfde potentieel om heel scherp een heel tijdperk of een hele maatschappij voor de geest te halen bij hun toeschouwers.
Doisneau wilde met zijn foto’s het efemere vastleggen, het ogenblik dat door de vluchtigheid vervliegt in een beeld vatten en het daardoor een soort eeuwigheidswaarde mee te geven. Die eeuwigheidswaarde vertaalt zich bij Doisneau ook in een zekere tijdloosheid –dat is een van de redenen waarom we zijn werk ook vandaag nog steeds zo sterk vinden. “Fête à la maternelle de Gentilly”, een foto uit 1934, toont bijvoorbeeld een klas of zaaltje vol peuters die met puntmutsen, valse baarden en rare kostuumpjes aan als kabouters verkleed op stoeltjes zitten. Wie anno 2017 een grootouder- of schoolfeest van een kleuterklas binnenstapt, krijgt nog steeds dezelfde taferelen voorgeschoteld.
Ook “Mademoiselle Anita” (Parijs, 1951), uit de gelijknamige foto, werd zo door Doisneau vereeuwigd. Doisneau komt haar tegen in La Boule Rouge, een dansgelegenheid in Parijs, en vraagt haar of hij een portret van haar mag maken. Hij had een foto van de actrice Polaire (pseudoniem van Émilie Marie Bouchaud; 1874-1939) gezien en zij leek op haar. “Zij liet haar bolerojasje van zich af glijden en ontblootte haar schouders, dus ze vond het ok.” Het portret toont een jonge vrouw. Tenger, alleen in een hoekje van de danszaal, zittend, de spiegels achter haar tonen ons wat zij ziet, een zwarte jurk met diepe décolleté, ontblote schouders, een héél zuinige glimlach om de lippen, de ogen neergeslagen. Engelachtig en mysterieus. “Ze hoopte op een danspartner en er kwam een fotograaf, sinds die dag heeft Anita nooit meer bewogen”.
Nog een reden waarom Doisneau tijdloos goed is: zijn poëtische blik, zijn talent om dingen anders te zien. Een foto uit 1960 genomen in Fresnes – een stadje circa 15 kilometer buiten Parijs – toont een gigantisch appartementsgebouw in een gloednieuwe nieuwbouwwijk. De straat die naar de appartementen loopt is nog meer werf dan straat en het gebouw is één grote, witte façade – ongeveer 40 appartementen breed & 12 verdiepingen hoog – waarin de ramen door de lichtinval perfect uitgesneden rechthoeken lijken. Doisneau ziet, als hij door zijn lens kijkt, niet zoveel moderne lelijkheid, maar muziek en nostalgie: “La carte perforée”; of een ponskaart van een draaiorgel.
“De schoonheid van het alledaagse” toont Doisneau zoals de meeste van ons hem kennen. Het is een “Best of” van bekende foto’s in combinatie met enkele nieuwe, maar altijd even sterke beelden, die uit de archieven werden opgedoken voor de expo.

PALM SPRINGS 1960
“Palm Springs 1960” is boeiend omwille van twee redenen. Ten eerste omdat Doisneau voor het eerst in kleur fotografeert – iconografisch is hij in zwart/wit in ons geheugen geprent – en ten tweede omdat hij deze foto’s zelf nooit als “goed genoeg” en voornamelijk als “slechts betaald opdrachtwerk” – er moest brood op de planken – beschouwd heeft. De reportage werd in 1961 gepubliceerd in Fortune-magazine dat hem de opdracht had gegeven een reportage te maken over Palm Springs, het kunstmatig aangelegde, groene toevluchtsoord voor rijke Amerikaanse gepensioneerden in de Coloradowoestijn. De gepubliceerde foto’s verdwenen in het Fortune-archief, de rest van de reeks verdwijnen ergens in een doos in Doisneaus archief. Wanneer de foto’s uit het Fortune-archief bij toeval ontdekt worden, worden ze aan Doisneaus dochters bezorgd die zijn archief en atelier beheren. En hoewel Doisneau zelf nooit veel waarde heeft gehecht aan deze foto’s, werden ze in 2010 voor het eerst tentoongesteld in Parijs en nu in Elsene. “[Vader] heeft ons heel wat keren gezegd dat ongehoorzaam zijn soms belangrijk is. We zijn ervan overtuigd dat hij daarin helemaal gelijk had”, lieten de dochters ooit optekenen.

Robert Doisneau- Les cygnes gonflables- 1960 -c- Robert Doisneau copie
(c) R. Doisneua / Les cygnes gonflables / Palm Springs / 1960

Ook van deze reeks gaat – ondanks de typische jaren ’60 kledij, interieurs en auto’s, – een zekere tijdloosheid uit. De knappe blondine die, in het bijzijn van haar echtgenoot, uitdagender dan nodig recht in de lens van de fotograaf kijkt “omdat ze weet dat ze bekeken wordt”, de kitscherigheid van mensen die wel geld, maar geen stijl hebben, de pronkerigheid van een villa met zwembad die door de fotograaf met de billen bloot gezet wordt door ons oogpunt te richten op de spotgoedkope, plastic zwanen die in het zwembad drijven. Tijdloze beelden waarvan de onderliggende grijns, de mild spottende ondertoon ook nu nog geldig blijft.

KUNSTENAARSATELIERS
Het derde luik van de expo hoeft kwalitatief niet onder te doen voor de rest, maar kon ons het minst bekoren. Veel van deze foto’s zijn geënsceneerd en/of geposeerd en dat verschil voel je als je ze onmiddellijk na de overige 120 foto’s in de expo bekijkt. Tip: begin bij deze serie, bekijk daarna de rest.

Robert Doisneau- Les pains de Picasso- Vallauris- 1952 -c- Robert Doisneau
(c) R. Doisneau / Les pains de Picasso / Vallauris / 1952

Interessanter dan de kunstenaars die Doisneau fotografeerde – vaak hebben de foto’s een hoog ‘ons kent ons’-gehalte over zich – zijn de kunstenaarspaletten (o.a. van Cézanne, Braque, Dubuffet en Giacometti) die te zien zijn; aan het instrument herkent men namelijk de meester.
De boeiendste foto uit deze reeks?
Een close-up van een blad op een atelierdeur, genomen in het atelier van Fernand Léger in 1946, met daarop in zwarte inkt de volgende tekst gepenseeld: “Attendez! Je reviens de suite. F. Léger.”
Waarom?
De fotograaf die wacht. Op de kunstenaar, niét op het juiste moment om op de juiste plaats af te drukken. Of toch?

Robert Doisneau
Museum Elsene
nog tot 4 febuari 2018

Advertenties