dichterslogboek 20180913: schrijven op de rand van het zwijgen

Eerst dit: ik kom de laatste weken weer erg vaak bij de Noorse jazz van Eple Trio terecht als er muziek nodig is om de zeden te verzachten.
Ik kan u aanraden uw oor ook es te luisteren te leggen bij de dichtstbijzijnde Spotify.

eple-trio-876b6043-b602-427f-b7c0-7bc717b3984-resize-750

Dan dit: dat het alweer 79 dagen geleden is, sinds ik voor het laatst in het dichterslogboek pende.
We hadden toen net het manuscript voor “man van weinig woorden” afgerond en stonden op het punt op uitgeverssafari te trekken.

Vervolgens dit: dat de manuscripten sinds begin juli de deur uit zijn & dat er ondertussen een & ander gebeurd is; helaas – spoiler alert – voorlopig nog niet met het gewenste resultaat.
Maar we blijven positief & gemotiveerd o.a. dankzij volgende zaken…

Schermafbeelding 2017-12-05 om 19.49.03

Gisteren kreeg ik van de redactiesecretaris van DW B het fijne nieuws dat er in het eerste nummer van 2019 drie gedichten uit de cyclus “Stilstad (populatie: 333)” opgenomen zullen worden.
Slechts – tussen aanhalingstekens; ik ben blij als een kind met een lolly, uiteraard – drie van de acht die de cyclus vormen.
Omdat er omwille van plaatsgebrek nu eenmaal een selectie gemaakt moest worden, wist een bron bij de bron mij vandaag te vertellen, niet omdat de andere niet goed genoeg waren.
Au contraire: er werd zelfs gesproken van “Celan-waardige versregels”.
Celan.
Paul Celan.
De Paul Celan die door mensen die er verstand van hebben “misschien wel de belangrijkste Duitse dichter van de tweede helft van de twintigste eeuw” wordt genoemd.
Die dus.
Daar wordt een mens – voor ie van contentement gaat grijnzen tot ie er kaakkramp van krijgt – dan heel efkes stil van.
Ik toch.

paul-celan

Ik las Celan pas voor het eerst op 9 januari 2016.
Dat weet ik zo precies omdat ik eerder vanavond naar de bib reed om er zijn “Verzamelde gedichten” nog eens te ontlenen.
Vooraan in het boek stak nog een uitleenbriefje van die datum.
Daarop is te lezen dat “Lener 16032: Akim Willems” op die dag het hierboven genoemde boek en “Corneille: het complete grafische werk” ontleende.

Maar ik geloof dat ik ’t snap, die vergelijking.

Celan was als dichter erg spaarzaam met woorden.
In “man van weinig woorden” ben ik dat ook.
Of beter: ben ik dat ook geworden.
Toen ik in 2014 op de SchrijversAcademie begon, was een van mijn doelen: checken of er, behalve de barokke podiumstem, ook een ingetogener stem in mijn pen zat.
Toen ik 2 jaar later een ‘eerste finale versie’ van mijn manuscript neerlegde, wist ik: yep, die is er, maar er moet nog flink aan geschaafd worden om ze op punt te stellen.
Toen ik in juli vorig jaar met mijn schrijfcoach aan de herwerking & het herschrijven begon, werd mij snel duidelijk (gemaakt) dat nog minder nog meer is.
Zelfs in april van dit jaar – twee maanden verderop lonkte de deadline al – schreef hij in een email nog maar es: “ik heb nog steeds het idee dat soberheid bij sommige van je gedichten beter werkt.”
Ik geloof dat ik, in the end, geraakt ben waar ik moest aanbelanden na deze queeste van 4 jaar: sobere & spaarzame gedichten – een anti-these van wat ik daarvoor op het podium deed, zeg maar – die er (daardoor) staan als een huis.

Daarnaast is er zoiets als de Celan-paradox.
In zijn poëzie wilde Celan laten zien dat het verzwegene niet uitgedrukt kan worden, behalve als een contour van iets waar geen woorden voor zijn.
Dat paradoxale zit (onderhuids) ook in de Stilstad-cyclus; al is het verzwegene in mijn gedichten van een iets ander & kleiner kaliber dan bij Celan.

Mijn hele bundel draait om niét spreken, niét communiceren, niét zeggen, om verstomming ook – “in een goot vol verstomming” zat oorspronkelijk in een van de gedichten, maar dat beeld werd vanuit het soberheidsstreven geschrapt.
Ook de gedichten van Celan vertonen vaak een sterke neiging tot verstommen.
En zijn stijl wordt wel es, erg raak, getypeerd als “schrijven op de rand van het zwijgen”; wat als titel misschien (nog) meer & beter dan “man van weinig woorden” zou aansluiten bij de stijl, vorm & inhoud van mijn bundel.

En als het dat niet is, dan is het wat anders.
Maar we dwalen af.
Er had een & ander bewogen & dat een & ander was dus positief & hoopgevend.

Ook in Deus ex Machina verschenen ondertussen 6 gedichten uit de bundel.
Verder ben ik in blijde verwachting van terugkoppeling van de redacties van KH & G.

Via Creatief Schrijven kreeg ik bericht dat een van mijn gedichten (niet een uit de bundel), samen met 24 andere gedichten & 25 kortverhalen, zal verschijnen in een Azertyfactor-bloemlezing bij Uitgeverij Vrijdag (te verwachten rond de boekenbeurs).

Van het uitgeversfront voorlopig niet het nieuws waar ik op zit te wachten.
Twee uitgeverijen die ik aanschreef, geven blijkbaar geen poëzie meer uit of slechts thematische verzamelbundels, maar beide redactrices waren zo vriendelijk geweest om de bundel te lezen en feedback te geven: “Toch wilde ik u zeggen dat uw bundel me heeft geraakt. Ik hoop dan ook dat hij een veilig onderkomen vindt in een uitgeverij die zich wel waagt aan poëzie”, klonk het bij de ene. “We wensen jou daarom veel succes bij het vinden van een geschikte uitgever voor dit manuscript, aangezien we je gedichten waardevol vinden en dit een knappe bundel is”, bij de andere.
Een derde uitgeverij, die wél poëzie uitgeeft, liet weten: “Hoewel je mooie gedichten schrijft, is er bij ons helaas geen plek voor een nieuwe dichter.”
Een vierde liet weten geen mogelijkheid tot publicatie te zien & gaf daar geen verdere toelichting bij.

Kortom: dat klinkt verre van hopeloos, maar ’t blijft dus reikhalzend uitkijken naar naderende postbodes in de hoop dat ze in de loop van de komende weken minstens 1 ‘ja’ in hun brieventas meedragen.

akrostis-gij-achterkant

Van schrijven voor het nieuwe Dickinson-project is nog niet veel in huis gekomen.
Er zijn momenteel andere katjes die met hogere prioriteit gegeseld moeten worden, maar daar komt over enkele maanden een einde aan.
Ik kijk al uit naar de winter.

Advertenties