elke dag dankbaar (11 – 17 februari ’19)

MAANDAG
voor de ‘discover’-knop op spotify die me naar abul mogard loodste.
voor de gulle schenkers die gisteren via GIFT! het prachtige schilderij hieronder (olieverf op canvas – 120 x 120 cm) weggaven. over de kunstenares kwam ik niet meer te weten dan dat ze an heet; het doek is niet gesigneerd. toen ik de foto van het werk zag passeren op facebook was ik meteen verkocht; het deed me onmiddellijk aan het werk van armando denken – waar ik zot van ben, maar dat ‘boven mijn budget’ is. hier word ik helemaal gratis gelukkig van. dat is gelukkig in ’t kwadraat of zo.
voor de prikkeling in je neus vlak voor je érg hard moet niezen; zo eentje die eerst een keer of 4 hakkelt en stottert voor ze een snotorkaan veroorzaakt.
voor een hele dagen voortdurend niezen en snuiten, voor de volledige doos papieren zakdoekjes die er aan mocht geloven en – ge zult dat altijd zien – voor de sinussen die plots weer helemaal de oude zijn op het moment dat je de wachtkamer van de dokter binnenwandelt.
voor nieuwe studentikoze uitgeefprojectjes. of beter: voor oude die opnieuw tot leven komen.

IMG_E4326

DINSDAG
voor het tweede mailtje van je redactrice en dat daar dan zinnen als “wat mij betreft, is deze versie klaar om in proef te gaan” en “we zitten voor op schema” in staan.

WOENSDAG
voor “liefdesbrieven gewisseld tusschen willem kloos en jeanne reyneke van stuwe van juni 1898 tot 7 september 1899”

DONDERDAG
voor de verschillende omslagontwerpen voor mijn bundel / van merel van meurs die ik vanmiddag in mijn mailbox vond; ook al zorgen ze voor keuzestress.

VRIJDAG
voor koffie in een glas.
voor het koffiebruin en het melkwit dat zich op elkaar stapelen als je de juiste volgorde van handelingen hanteert & de koffie via een lepeltje in het glas laat lopen.
voor het dartelen van bruin & wit als je één roerbeweging maakt.
voor het volledig in elkaar opgaan tot er alleen nog hazelnootkleur overblijft.

ZATERDAG
voor uit uw kot & onder de mensen komen. ook al zie je daar wel es tegen op (want op de bank met een boek is zoveel rustiger) en is het best vermoeiend bij momenten (en al helemaal als je nog voor je terplekke bent overprikkeld raakt omdat je ’s middags je rilatine vergat).
voor de 21 sterke gedichten die de revue passeerden tijdens de uitreiking van de eerste ‘zeef poëzieprijs’.
voor het verlangend uitkijken naar de 3 ‘winnende bundels’.
voor het ontdekken van een aantal nieuwe namen die je nu nieuwsgierig kan gaan ontdekken.
voor gelegenheidsbloemlezingen op beperkte oplage & ’t feit dat je – ondanks dat het idee je rijkelijk laat inviel en er al veel volk huiswaarts was – toch nog 11 van de 20 dichters kon strikken om de bundel / hun gedicht te signeren.
voor 2 mooie vangsten uit de een-euro-bak in ’t poëziecentrum.
voor de nog mooiere albert bontridder-vangst uit ’t antiquare pronkkastje in ’t poëziecentrum.
voor het ‘best bewaard gebleven openbaar geheim’ & ‘nachtglas’
voor stoverij van varkenswangetjes met frietjes en mayonaise. open een terras op de vrijdagsmarkt. midden februari. rond een uur of half 7 ’s avonds. zonder kou te lijden en in goed gezelschap.

ZONDAG
voor pizza’s in de koelkast waar je straks van gaat genieten.
voor zinnen als “uit de inzendingen bleek dat nog te veel dichters geen poëzie lezen” uit de mond/pen van mensen die het kunnen weten twee of drie dagen nadat je zelf nog stellig stelde dat “goede poëzie willen schrijven zonder zelf veel (over) poëzie te lezen, is als een gastronomisch 8-gangen-menu willen koken zonder ooit een enkel recept bestudeerd te hebben terwijl je zelf nooit op restaurant gaat.
Wie (over) poëzie leest, weet waar de lat ligt waar ie naar moet mikken, weet uit welke traditie hij voortkomt, weet in welke traditie hij hier en nu staat (al was het maar om zich er tegen af te kunnen zetten), enzovoorts.
Wie geen poëzie leest, loopt een groot risico om in de val van zelfoverschatting te trappen; de kans is dan niet klein dat je als dichter denkt net het wiel uitgevonden te hebben terwijl je collega’s al F1-piloten zijn”.