elke dag dankbaar (4 – 10 maart ’19)

MAANDAG

voor jazz & poëzie.
twee zaken die ik min of meer simultaan leerde kennen en appreciëren toen ik als tiener het fenomeen deelder ontdekte.
twee zaken die ik graag hoor samenkomen. op vinyl of cd. maar meer nog: live op een podium.
voor de ontmoetingen en toevalligheden die er 5 jaar geleden toe leidden dat ik tijdens de Poëzienacht in Brugge het podium kon delen met een jonge, vernieuwende jazzmuzikant die ik sindsdien met graagte volg.
voor samenlopen van omstandigheden die er toe leidden dat ik recent een boeiende, oude rot in het jazzvak – hij speelde nog samen met jack sels, ontdekte ik gisteren – ontmoette.
voor het blijde nieuws dat beide heren ondertussen toegezegd hebben om samen wat te gaan doen naar aanleiding van mijn debuut dat er aankomt.

 

 

DINSDAG

voor proefdrukken.
voor prospectussen.
voor franse titels zonder kapitalen.
voor vooruitzichten die iets rooskleuriger zijn dan voorheen; ook al is dat niet mijn kleur.
voor twee werkdagen aan een stuk john lee hooker zonder dat je dat beu wordt.

WOENSDAG

voor de nostalgie wanneer je voor het eerst in +/- 25 jaar nog es ‘disintigration’ van the cure oplegt.

DONDERDAG

voor tientallen keren per dag besluiten om geen ironische of sarcastische commentaren te uiten, opkomende ergernis onderdrukken en pogen te begrijpen waar al die ignorantie, redeloosheid, domme arrogantie en arrogante domheid vandaan komt.
voor ook jezelf in vraag stellen als logische consequentie daarvan.
voor het redelijke succes van die onderneming hoewel ’t een hele karwei is en blijft.
voor ‘unfollow’- en ‘block’-knoppen op sociale media die daar bij helpen.
voor eenzelvige karakters die het toevallig opbotsen tegen dat soort ongein minimaliseren.

VRIJDAG

voor de redelijk recente, goede gewoonte om op vrijdagnamiddag je professionele mailbox uit te mesten & van (visuele) ruis te ontdoen.
voor dat extra snuifje mentale rust waarmee je dan ’t weekend in kan.

ZATERDAG

voor stoofvlees met frieten en fijn gezelschap.

ZONDAG

voor rotsvast geloof en de wankelheid daarvan die te allen tijde superieur is aan blind geloof.
voor gedichten die min of meer een eerste eindpunt bereiken.