dichterslogboek 20190608: “een renner is een dichter, frank”

woensdag 14 november 2018 – 09:50 uur

Ergens in Itterbeek drukt de biograaf van wielrenner Frank Vandenbroucke op “verzenden”. De boodschap die hij de wereld instuurt, begint met de woorden “Geachte heer Willems, Beste Akim” en gaat – kort samengevat – als volgt verder:

Op 12 oktober 2019 zal het exact tien jaar geleden zijn dat VDB overleed in een vakantieresort in Senegal. De biograaf en uitgeverij Lannoo willen, om dat te gedenken & als eerbetoon, een huldeboek uitgeven waarbij/waarvoor 34 kunstenaars – een voor ieder levensjaar van de renner – een portret van Frank Vandenbroucke maken met daarnaast telkens een tekst van een gerenommeerde auteur, wiens werk de biograaf ten zeerste apprecieert en bewondert – hoewel dat natuurlijk gewoon stroop aan de baard was, bleek de biograaf wel degelijk exemplaar n° 3/20 (dat met de dode duif, mijnheer) van de bibliofiele, met loden letters gedrukte uitgave van “man van weinig woorden” in zijn boekenkast te hebben staan.
En of ik een tekstuele bijdrage wilde leveren?

wat later in november van datzelfde jaar

En of ik een tekstuele bijdrage wilde leveren!
Niet omdat ik de grootste wielerfan ooit ben – ik volg slechts de klassiekers; uitgelezen momenten voor een tamme namiddag op de bank en een power nap bij het geneuzel van de commentatoren – maar omdat ik, zoals wel vaker, impulsief ‘ja!’ roep en omdat het idee van “schrijven buiten de comfortzone” – vertrekkend vanuit een specifiek onderwerp/idee in plaats vanuit de taal & dan nog een onderwerp waar je weinig affiniteit mee hebt – me wel aantrekt.

Ik liet de biograaf weten dat ik bij voorkeur wilde schrijven “over een jaar in VDB’s leven waarin 1 of meerdere gebeurtenissen met een zeker poëtisch potentieel plaatsvonden” en dat suggesties in die richting welkom waren.

Op basis van de fragmenten die hij me toestuurde, koos ik voor 1999. Het jaar waarin VDB, onder andere, zijn mooiste zege ooit (Luik-Bastenaken-Luik) behaalde, vader werd, zijn verloofde en kind in de steek laat voor een Italiaanse schone, de zaden voor zijn (stilnoct-)verslaving zaait, opgepakt wordt in het kader van een dopingonderzoek, met gebroken polsen het wereldkampioenschap rijdt,… Het jaar dat hij inzet als een jonge god en afsluit als een uitgekotste renner…of zoals de biograaf het – zeer poëtisch, trouwens – schrijft in de biografie:

van verafgood naar verkettert
twee keer ‘ver’
maar toch de kortste etappe die hij ooit gereden heeft
de enige rit die door niemand wil gewonnen worden

zaterdag 8 juni 2019 – rond de klok van 11 uur

Er werd het voorbije half jaar (te) weinig geschreven – het leven gebeurde even.
Ik vertaalde af en toe wat van Bukowski, Lindsay en Dickinson – nooit eerder vertaalde “enveloppegedichten”; in het kader van mijn research voor mijn volgende bundel – om de schrijfspieren soepel te houden, maar schreef/finaliseerde, behalve de VDB-cyclus “een renner is een dichter, frank”, slechts 1 ander gedicht (“langeafstandsvader” dat deze zomer zowel in de Poemtata-bundel als die van de Dichters in de Prinsentuin opgenomen zal worden).

Ook de gedichten voor “een renner is dichter, frank” kwamen aanvankelijk niet van de grond. Vertrekken vanuit een concreet gegeven, vanuit een specifiek onderwerp werkte, zoals ik verwacht had, blokkerend.
Bovendien, zo merkte ik al snel, bleef ik te dicht op het wielrennen en de wielrenner zelf plakken waardoor er te weinig ademruimte voor de inspiratie was.
Ik schreef met verzuurde benen & dat schiet voor geen meter op.

Zoals het in 2017 ging toen ik geblokkeerd zat bij het (her)schrijven van mijn debuut “op de rand van het zwijgen”, zo ging het ook deze keer: de beslissing over de vorm – het beproefde recept van “8 gedichten per cyclus, 8 versregels per gedicht”, maar dan uitgebreid met een 9e versregel die ook als titel van het gedicht fungeert – deblokkeerde de boel en bracht het schrijven terug op gang.

Daarnaast was het ook duidelijk dat ik binnen het concrete uitgangspunt – het jaar 1999 in het leven van de wielrenner VDB – op zoek moest gaan naar taal die als vertrekpunt kon dienen. Dat vertrekpunt vond ik in allerlei wielerquotes van VDB zelf, zijn entourage en/of wielercommentatoren – laten we het maar es voor eens & altijd duidelijk gesteld hebben: michel wuyts is niet zomaar een sportcommentator, hij is een pelotonpoëet! Verder liet ik ook de wielrenner en het wielrennen an sich los en ging ik op zoek naar het (klein)menselijke in de (wieler)gebeurtenissen van dat jaar. Voedingsbodem zat wat dat betreft.

De voorbije dagen zat ik in afzondering in een huisje in de Zeelandse polders. Omdat de deadline voor de VDB-cyclus al onder de rode vod gepasseerd was, had ik – behalve veel rusten en bijslapen – maar een doel: die cyclus afronden.
Gisteren, bij het vallen van de laatste avond van mijn korte schrijfretraite, was ie klaar. En als ik het goed begrepen heb, wordt ie gekoppeld aan een bronzen beeld dat Johan Tahon zal maken voor het boek en de tentoonstelling.

Ik leg ‘m nog een dag of drie opzij om er dan nog es een laatste keer naar te kijken – o.a. de gij-werkwoordsvervoegingen moet ik nog es dubbelchecken – ondertussen deel ik al graag het eerste en laatste gedicht van de cyclus. Voor de rest wordt het geduld oefenen tot in het najaar.

vdb00