dichterslogboek 20200107

Ik ben al veel te lang veel te weinig aan ’t schrijven.
Daar zitten de scheidings-, verbouwings- en verhuisperikelen voor veel tussen.
Ook de gekte op kantoor de voorbije 6 à 9 maanden was niet echt bevorderlijk voor de noodzakelijke rust in de kop.
Er was wel een midweek (schrijf)vakantie ergens in september, daar werden ook wel wat aanzetten tot nieuwe dingen op papier gezet of bedacht, maar uiteindelijk werd er vooral zoveel mogelijk bekomen van de anni horribili die 2018 & 2019 (voornamelijk) waren.

De onrust in de kop leidde ook tot een totaal gebrek aan focus en een verhoogde impulsiviteit.
Daardoor kwam ik wel toe aan het schrijven van 8 gedichten voor “VDB forever” – het ‘herdenkingsboek’voor Frank Vandenbroucke – zegde ik toe om 10 gedichten te schrijven voor het “3x3xme“-project van Gerrit De Bremme, een bijdrage te leveren voor het Celan-nummer van de Poëziekrant (deadline over 3 weken) en Jozef Deleu voor mei kopij voor Het Liegend Konijn te bezorgen, maar…’vergat’ ik een beetje dat ik eigenlijk ook al heel hard aan mijn tweede bundel – werktitel: een nogal dor genot – aan het werken zou moeten zijn.

3x3xme
grafiek uit het 3x3xme-project // (c) gerrit de bremme

Wat de bijdrage voor het Celan-nummer aangaat: daar begon ik een aantal dagen geleden aan te werken. Het was te merken dat ik al veel te lang veel te weinig aan ’t schrijven ben. Het wilde niet vlotten en wat toch uit de pen kwam, was redelijk ongeïnspireerd; of eerder: richting- en doelloos.
Toen bedacht ik me dat Boudewijn Büch ooit (ook) een Celan-gedicht schreef: “De zelfmoord van Paul Celan” (1980).
Omdat ik ook wel (heel) wat met Büch heb, besloot ik vanmorgen dat ik Celan, Büch en mijzelf in gedichten moest samenbrengen.
Die insteek versoepelde de schrijfspieren zienderogen, zo mocht ik vanavond ondervinden.

In “een nogal dor genot” zou ik vertrekkend vanuit de “enveloppegedichten” van Dickinson, onder andere, uitpluizen wat zich vrijwillig terugtrekken uit het sociale en maatschappelijke leven (zoals Dickinson dat deed) anno 2020 zou (kunnen) betekenen.
Onlangs bedacht ik me dat ik in mijn nabije vrienden- en kennissenkring minstens twee – dat lijkt mij bovengemiddeld – mensen ken die minstens 1 keer voor langere tijd “in den bak” gezeten hebben. En dat ik ook met dat onvrijwillige kluizenaarschap maar es wat moet doen.
Ideeën zat. Nu nog tijd vinden en maken en mijn zittend gat terugvinden.